KennisbankAI

Energie en CO2 van je IT rapporteren: scope 3, twee rekenmethodes en wat je je leverancier vraagt

29 september 20267 min leestijd

Wie in het datacenter kijkt naar wat een rack aan stroom verbruikt, heeft de helft van een CO2-rapport al in handen. De andere helft is rekenwerk en afspraken: in welke scope de kilowatturen vallen, met welke factor je ze omrekent, en welke bewijsstukken je leverancier moet kunnen laten zien. Dit artikel loopt dat af voor colocatie en voor AI-inference als dienst, en legt uit waarom een cijfer als "gram CO2 per request" vooral precisie suggereert.

Wie er nog moet rapporteren

De verplichting is in 2026 flink versmald. Met Omnibus I (Richtlijn 2026/470, in werking sinds 18 maart 2026) geldt de CSRD alleen nog voor bedrijven met meer dan 1.000 werknemers én meer dan 450 miljoen euro omzet, en dan vanaf boekjaar 2027. Voor iedereen daaronder is er de vrijwillige VSME-standaard. Die doet nog iets nuttigs: ze begrenst wat grote klanten aan hun kleinere leveranciers mogen vragen. Krijg je als mkb-bedrijf een vragenlijst van een concern, dan hoef je niet meer dan VSME te leveren.

Het onderwerp is daarmee niet weg. Banken, aanbestedingen en grote klanten vragen nog steeds om cijfers, en wie ze gemeten kan aanleveren, is sneller klaar dan wie moet schatten.

Colocatie en inference zijn scope 3, niet scope 2

De eerste misvatting: "onze servers staan in een datacenter, dus dat is scope 2". Scope 2 is de stroom die jij zelf inkoopt. Bij colocatie staat het energiecontract op naam van het datacenter of je leverancier; jij koopt een dienst, inclusief stroom. Dan valt het onder scope 3, categorie 1: ingekochte goederen en diensten. Hetzelfde geldt voor inference als dienst, of je nu per token of per gereserveerde kaart betaalt.

Het praktische gevolg: je kunt het niet zelf uit je energierekening halen. Je bent afhankelijk van wat je leverancier meet en rapporteert, en daarom moet je weten wat je vraagt.

Locatiemethode en marktmethode

Het GHG Protocol kent twee manieren om kilowatturen om te rekenen, en een nette rapportage toont beide:

  • Locatiemethode — de gemiddelde Nederlandse stroommix. Voor 2026 is dat 0,244 kg CO2e per kWh (co2emissiefactoren.nl). Dit getal zegt wat het net fysiek uitstoot, ongeacht welk contract je hebt.
  • Marktmethode — wat je contractueel hebt ingekocht. Stroom uit Nederlandse zon of wind, aangetoond met afgeboekte garanties van oorsprong (GvO's), telt als 0 bij productie. Grijze stroom zonder GvO rekent met 0,483 kg CO2e per kWh.

Een rekenvoorbeeld: een rack dat 10.000 kWh per jaar verbruikt, is onder de locatiemethode 2.440 kg CO2e. Onder de marktmethode is het 0 kg als de GvO's er zijn, en 4.830 kg als ze er niet zijn. Hetzelfde rack, drie uitkomsten. Daarom staan beide methodes naast elkaar: de locatiemethode toont de fysieke werkelijkheid, de marktmethode wat je inkoopkeuze bijdraagt.

Vergeet het facilitaire deel niet. Koeling en verliezen komen bovenop het IT-verbruik; de PUE van de hal is de factor. Grote datacenters (vanaf 500 kW IT-vermogen) rapporteren hun PUE sinds de EED jaarlijks aan een Europese database, maar die is alleen geaggregeerd openbaar. De PUE van jouw hal vraag je dus aan je leverancier.

Wat je van je leverancier vraagt

De tweede misvatting is dat een zin als "wij draaien op groene stroom" volstaat. Sinds 27 september 2026 verbiedt de ECGT-richtlijn generieke milieuclaims zonder onderbouwing, en de ACM-leidraad zegt hetzelfde. Een rapport dat je kunt gebruiken, bevat:

  • Gemeten IT-kWh — van een meter op je feed of je unit, niet geschat uit je aansluitwaarde of je typeplaatjes.
  • PUE met bron en periode — de waarde van de hal waar jij staat, over de maand of het jaar van het rapport.
  • GvO-bewijs — welke partij certificeert, hoeveel kWh, en of de certificaten zijn afgeboekt. "Groene stroom" zonder afboeking is een intentie.
  • Beide methodes — locatie- en marktmethode, met de gebruikte factor en de versie van de lijst.
  • Toerekenmethode bij gedeelde diensten — bij inference per token: hoe wordt het verbruik van een gedeelde server over klanten verdeeld, en waar blijft het stationaire verbruik?
  • Scope-label en methodeversie — zodat je het rapport volgend jaar met dit jaar kunt vergelijken.

Waarom gram CO2 per request schijnprecisie is

Leveranciers van taalmodellen geven graag een getal per antwoord. Mistral publiceerde met Carbone 4 en ADEME een levenscyclusanalyse: 1,14 gram CO2e en 45 milliliter water per antwoord van 400 tokens, op de Franse stroommix. Zorgvuldig werk, en juist daardoor laat het zien hoeveel aannames erin zitten: promptlengte, stroommix en de bezetting van de server.

Die bezetting is de grootste variabele. ML.ENERGY mat op een 70B-model 3,76 joule per token bij acht gelijktijdige verzoeken en 0,37 joule per token bij ruim duizend. Dezelfde kaart, een factor tien verschil, afhankelijk van hoe druk het was toen jouw request binnenkwam. Een getal per request is een gemiddelde over een situatie die je niet kent.

Eerlijker is: gemeten wattuur per miljoen tokens, per model, over de rapportageperiode, met de emissiefactor er los naast. Dat kun je controleren, vergelijken en herberekenen als de factor verandert.

Rapportage bij Xyphen IT

Voor AI-inference leveren we op aanvraag een energie- en CO2-maandrapport met gemeten IT-kWh, de PUE van de hal met bron, het facilitaire aandeel, beide rekenmethodes en het verbruik per model in wattuur per miljoen tokens. Bij colocatie zie je het gemeten verbruik per PDU-outlet in kWh per maand in het klantdashboard, de basis voor dezelfde berekening. De stroom in ons datacenter bij BIT komt uit Nederlandse zon en wind: voor 2025 certificeerde E.D.Mij 12.204.056 kWh, met afgeboekte GvO's. Zet je eigen servers in GPU-colocatie, dan zie je het verbruik per outlet op dezelfde manier in het dashboard.

Wil je weten hoe zo'n rapport er voor jouw opstelling uitziet? Neem contact op of vraag een voorstel aan.

Veelgestelde vragen

Veelgestelde vragen

Is mijn colocatie scope 2 of scope 3?

Scope 3, categorie 1 (ingekochte goederen en diensten), zolang het energiecontract op naam van het datacenter of de leverancier staat. Scope 2 is het alleen als jij zelf de stroom inkoopt. Hetzelfde geldt voor inference als dienst: je koopt tokens of GPU-uren, geen kilowatturen.

Moet ik als mkb-bedrijf nog rapporteren na Omnibus I?

Niet verplicht. De CSRD geldt sinds Omnibus I alleen nog voor bedrijven met meer dan 1.000 werknemers én meer dan 450 miljoen euro omzet, vanaf boekjaar 2027. Kleinere bedrijven kunnen vrijwillig de VSME-standaard gebruiken, en die begrenst ook wat grote klanten van je mogen vragen. In de praktijk vragen banken en grote klanten nog steeds om cijfers, dus het helpt als je ze kunt leveren.

Waarom geven jullie geen gram CO2 per request?

Omdat dat getal meer zegt over de rekenaannames dan over je verbruik. Het energieverbruik per token verschilt een factor tien tussen een drukke en een rustige server, en hangt verder af van promptlengte, model en de gekozen emissiefactor. Gemeten wattuur per miljoen tokens per model, met de factor erbij, kun je wel controleren en vergelijken.

Antwoord niet gevonden?

Stel je vraag direct aan een engineer — we reageren doorgaans binnen één werkdag.